Loei

Ver van toeristisch Thailand in de provincie Loei

Genieten van de Thaise natuur, cultuur en gastvrijheid in het noorden

Het busje waarin ik zit komt tot stilstand. Mijn benen zijn blij met de tussenstop; vanaf Sukhothai zijn we, met een overnachting in Phitsanulok, flink doorgereden naar het oosten. Einddoel van de dag: het rivierdorp Chiang Khan in de provincie Loei. Wanneer ik de bus uit stap, kijk ik om me heen. We zijn in Dan Sai, een slaperig dorpje in het hart van de provincie Loei.

Eens per jaar is Dan Sai het middelpunt van Noord-Thailand

362 dagen lang is hier niet zo veel te beleven, behalve het bekijken van wat fraaie tempels. Maar eens per jaar is Dan Sai het middelpunt van Noord-Thailand. Hier vindt in het weekend na de zesde volle maan namelijk een bijzonder feest plaats. Op het Phi Ta Khon Festival dossen de inwoners zich uit in kleurrijk versierde kostuums en zelfgemaakte maskers van palmhout of gedroogde bananenbladeren. Helaas is het festival nu ik er ben pas over drie weken, maar gelukkig is er in Dan Sai een Phi Ta Kohn museum. Dat vind je op het terrein van de Wat Phon Chai, niet te missen door de met boosaardige grijns beschilderde totempalen die je richting de tempelpoort leiden.

Loei

De gezichten van Dan Sai

Nu ik toch in Dan Sai ben, bezoek ik gelijk de stoepa Phra That Si Songrak. Deze witte stoepa werd in de 16e eeuw gebouwd op de toenmalige grens van Thailand en Laos – die nu wat meer richting het noorden is opgeschoven – en geldt als symbool van de provincie Loei. Het is er druk vandaag, drommen Thai wurmen zich achter elkaar naar het altaar. Vlak voor het een altaar drukt een geknielde vrouw een koker vol stokjes tegen haar hoofd. Plots begint ze er wild mee te schudden, totdat een van de stokjes uit de koker vliegt. De vrouw pakt het op en loopt ermee naar een bord waaraan een heleboel kleine papiertjes hangen. Gids Pete lacht om mijn vragende gezicht en legt uit: “Ze heeft net haar toekomst voorspeld. Op het stokje staat een nummer dat correspondeert met een van de briefjes op het bord, waarop een voorspelling geschreven is.”

Loei

Mediterraans aan de Mekong

We rijden verder naar het noorden, richting de grens met Laos. En juist naar die grens kijk ik het meeste uit. Die wordt namelijk voor een groot deel gevormd door de Mekong, één van de langste rivieren in Azië en belangrijke levensader voor miljoenen mensen in heel Indochina. ’s Avonds komen we aan in Chiang Khan, een levendig dorpje aan de oever van de Mekong. Het doet met z’n lange boulevard vol souvenirshops en guesthouses plus de aanwezigheid van het snel stromende rivierwater wel wat denken aan een kustplaats aan de Côte d’Azur. Aan de overkant, zo’n honderd meter verderop, lonkt Laos. Het wemelt in Chiang Khan van de toeristen. Geen westerlingen, maar vooral Thaise vakantiegangers zoeken een plekje in de vele restaurantjes of laten zich masseren.

Dat laatste lijkt mij ook wel wat en vol goede zin – nog niet wetende wat een slechte actie dit was – ga ik ontspannen bij een van de salons op een matras liggen. Een glimlachend oud vrouwtje buigt zich over mijn rug en…. drukt haar hak met de kracht van een oorlogsveteraan in mijn schouderblad. Ze lacht haar vijf resterende tanden bloot. “Hoe lang duurt dit ook alweer?”, vraag ik een reisgenote, terwijl de Thaise Madame Mikmak uitprobeert hoe ver mijn arm achter mijn rug kan.

Loei

Loei vanaf het water

De volgende morgen is het eindelijk tijd om de Mekong per boot te gaan bedwingen. Nog wat kreupel van de massage stap ik over een smalle loopbrug in een houten rivierboot. Even later kachelen we in tevreden tempo tegen de stroming van de bruine rivier in. Vissers met strooien hoeden op zwaaien wanneer we langsvaren. We naderen de groene oever van Laos tot op slechts twintig meter. Het verschil met de andere kant is groot. Waar de ramen van hotels, tempels en restaurants op de Thaise oever blinken in het zonlicht, is aan de Laotiaanse kant tussen bomen, gras en zand slechts een handvol vissers te zien. Een groepje zwemmende Laotiaanse kinderen merkt ons op. Vijf meisjes zwaaien en lachen verlegen, terwijl drie kleine jongens proberen om bij onze boot te komen. Helaas gaan we te snel en al gauw geven ze het – onder luid gelach van de meisjes – op en vertrekken beteuterd richting de kant.

Loei

Ver weg van het massatoerisme

Wanneer ook wij weer aan de – andere – kant zijn, koersen we met ons busje naar een bijzonder overnachtingsadres. Middenin het platteland van Loei, compleet afgezonderd van de drukke Thaise stadjes, ligt het tentenkamp Sirila Farm, dat gerund wordt door Wilai Sirila en haar Nederlandse man Peter. Een eindje buiten het kamp wacht Wilai’s broer die ons plus bagage met een tractor over een modderige pad dwars door het platteland rijdt, richting het tentenkamp. Vier enorme safaritenten staan temidden van cashewbomen, rijstvelden en rubberplantages. Er is geen elektriciteit in het kamp, wat bijdraagt aan het gevoel van afzondering en complete rust. “Wij vinden het belangrijk om een zo authentiek mogelijk Thais gevoel te creëren, weg van het massatoerisme en met aandacht voor de natuur”, vertelt eigenaresse Wilai ’s avonds tijdens de heerlijke Thaise barbecue. Dit was hoe ik mij Thailand had voorgesteld: lekker eten, gastvrije mensen en overweldigende natuur. Dat alles komt samen in het tentenkamp van Sirila Farm.

Loei

Dit is hoe ik mij Thailand had voorgesteld: lekker eten, gastvrije mensen en overweldigende natuur

Na een broeierige nacht in een van de safaritenten is het tijd om de gastvrijheid van Wilai en Peter te verlaten voor de rit naar het bergmeer Huay Krating. Het ongeveer twee uur bergopwaarts slingeren ben ik snel vergeten wanneer we langs het uitzichtpunt op het meer rijden. Allemaal worden we even stil van wat er beneden te zien is. Donker water strekt zich als een enorm zwembad uit tussen de groene berghellingen. Op het water staan, merkwaardig genoeg, een aantal rieten huisjes. Nee wacht! Naarmate we dichterbij komen zie ik dat het vlotten zijn, die midden op het meer dobberen. Tot mijn vreugde kun je ze huren en al snel stuwt een motorkano ons op een van de grote vlotten naar het midden van het meer. Thaise dagjesmensen op andere vlotten zwaaien lachend wanneer ze ons volledig onder de indruk zien rondkijken. En na de frisse duik in het meer worden we ook nog verrast met een heerlijk Thaise lunch. Lang leve Loei!

Foto’s: Hjalmar Guit

Hjalmar Guit
Geschreven door - Hello! ¡Hola! Ciao! Salut! Привет! Hjalmar is de naam. Zijn grootste hobby? Reizen. Period. Wie wil reizen leeft en wie wil leven reist. Hjalmar’s reistip? Staar je niet suf op één ding; kijk vooral eens opzij en achterom…

Wat vind jij? Laat van je horen!